
De invasie van de meeuwen
Meeuwen trekken het binnenland in en worden stadsvogels. Na Oostende dreigen ook Brugge en Gent ingepalmd te worden, waarschuwt wetenschapper Eric Stienen. Wordt de filmnachtmerrie van Alfred Hitchcock waarheid?
Het straatbeeld in kuststeden wordt sinds lang getekend door meeuwen, maar sinds enkele jaren stellen tal van steden in Nederland en Engeland vast dat de kolonies opschuiven. Ze ruilen hun traditionele broedkolonies in de duinen in voor nesten in woongebieden.
Met vreselijke gevolgen, meldt de Sunday Times : de meeuwen beginnen oorverdovend te krijsen vanaf zonsopgang, vanaf 4.30 uur in de zomerochtend, ze zijn vreselijk vraatzuchtig, ze scheuren desnoods vuilniszakken aan flarden om aan voedsel te geraken, en in het broedseizoen vallen ze onvervaard mensen aan die zich te dicht in hun buurt wagen. Meeuwen die nestelen op de platte daken van appartementen beschouwen de bewoners ervan als 'indringers'.
Een volwassen zilvermeeuw weegt minstens een kilogram. Zo'n beest komt aanvliegen tegen minstens 60 km per uur. Als een zilvermeeuw dan met zijn poten en klauwen uithaalt naar het hoofd van een 'indringer' vloeit er meteen bloed. Vliegen vreet energie: een meeuw moet dagelijks tot 15 procent van het eigen lichaamsgewicht eten om te overleven, en de vogels schuwen geen risico's om dat voedsel te veroveren. En dan zijn er nog de hopen zurige uitwerpselen, die lelijke vlekken bijten in de lak van geparkeerde wagens.
Vijftig broedende koppels volstaan om het leven in een woonwijk grondig te verpesten. In sommige Engelse kusten hokken intussen kolonies van 3.000 of meer koppels. Steden zoals Bristol en Cloucester besteden miljoenen per jaar aan het bestrijden van de plaag - tot dusver zonder veel resultaten. Volgens Britse experts vermenigvuldigen meeuwen zich in de stad veel beter dan in hun klassieke kolonies in de duinen. Daar zorgen natuurlijke vijanden ervoor dat een koppel gemiddeld maar om de 14 jaar een kuiken kan opkweken tot een volwassen vogel, of zowat twee in hun leven - terwijl ze in de stad, waar er minder vijanden zijn en meer voedsel, een veelvoud van nakomelingen krijgen.
Stadsmeeuwen overwinteren hier steeds vaker, terwijl ze vroeger zuidwaarts migreerden. Zilvermeeuwen overwinteren al vele jaren bij ons - en hun aantal groeit in de winter nog aan omdat ze versterking krijgen van meeuwen uit Nederland. De iets kleinere mantelmeeuwen beginnen zich ook aan te passen aan onze winters. Eric Stienen, wetenschapper bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Inbo) bevestigt dat ook in ons land Hitchcock-scenario's dreigen 'tenzij we de meeuwen aangepaste broedplaatsen toewijzen.'
Als wetenschapper vermijdt Stienen om meeuwen 'agressief' te noemen - 'wat ze doen is hun nesten beschermen, vooral in de periode net voordat hun eieren uitkomen'. Maar hij ervoer al aan den lijve dat ze vervaarlijk kunnen pikken en met hun poten kunnen uithalen. 'Als we ons wagen in hun broedkolonies dragen we veiligheidshalve helmen.'
Stienen omschrijft meeuwen als 'grote opportunisten': intelligent, onverschrokken en bereid om zich voortdurend aan te passen aan wijzigende omstandigheden. Hij gelooft niet, zoals de volksmond wil, dat ze salmonella en andere ziektes overdragen. 'Die mythe wordt in geen enkele studie hard gemaakt. Maar onder meeuwen is er inderdaad veel salmonella, en af en toe sterven vogels daaraan, wat de mythe nog versterkt.'
Aan onze kust leven ze in twee grote broedkolonies, in de havens van Zeebrugge en Oostende. 'Zeebrugge is veruit de grootste kolonie, met 6.000 koppels. In Oostende zitten er veel minder, een paar honderd koppels. Maar in de perceptie van de mensen geven de meeuwen van Oostende veel meer overlast - omdat ze inmiddels ook broeden in woonwijken.'
Meeuwen zijn zeer honkvast: 'Ze blijven trouw aan hun partner en ze broeden jaar na jaar op exact hetzelfde plekje, naast dezelfde buren met wie ze goede afspraken maken. Maar als ze tijdens de broed worden verstoord, door natuurlijke vijanden zoals vossen of door mensen, wijken ze uit naar elders.'
'Dat is exact wat er in Oostende is gebeurd. Sinds lang broedden ze onder andere op het dak van het station. Enkele jaren geleden is dat dak gesloopt, vanwege asbestvervuiling. Toeval of niet: die werken werden uitgerekend tijdens het broedseizoen uitgevoerd. Vorig jaar werd een andere broedplaats, het plat dak van een houtbedrijf, vervangen door een hellend en zeer glad dak. Die meeuwen zochten elders een nieuwe broedplaats - helaas in woongebieden, met veel overlast tot gevolg. Vooral het luid en voortdurend krijsen wordt als zeer hinderlijk ervaren door de inwoners, terwijl de sporadische aanvallen schrikwekkend kunnen zijn.'
In de strijd tegen de meeuwen vaardigde Oostende zelfs een voederverbod uit op straffe van 250 euro - ook in andere kuststeden werden er boetes op gezet. Het Oostendse stadsbestuur besliste ook tot de inzet van roofvogels, maar de meeuwen laten zich niet zo snel afschrikken.
Eric Stienen houdt zijn hart vast voor wat er in Zeebrugge kan gebeuren: 'Ook daar wordt de oppervlakte van de broedkolonie kleiner en kleiner. Als een drempel wordt overschreden, zullen die vele duizenden meeuwen uitzwermen. Bijvoorbeeld naar Brugge of Gent. Ze stellen drie eisen aan nieuwe broedplaatsen: platte daken, voldoende voedsel en de nabijheid van water, omdat ze in feite toch watervogels blijven. Zowel Brugge als Gent voldoen aan die eisen, en we zien nu al dat er zich in Gent koppeltjes vormen. Het is een kwestie van tijd vooraleer ze er ook beginnen te broeden, en dan is het hek van de dam.' De overlast in Brugge was op een bepaald moment al zo groot, dat de handelaars er verboden werd op 's avonds al het huisvuil buiten te zetten voor de ophaling. De zakken werden telkens aan flarden gereten door meeuwen en de straten bleven achter als een stort.
Dat we nog niet met Engelse Hitchcock-toestanden opgezadeld zitten, is volgens Stienen te danken aan ons betere systeem van vuilnisverwerking. Huisvuil wordt bij voorkeur verbrand en slechts in uitzonderlijke gevallen nog gestort. 'Storten doen we niet meer in open lucht, want dat leidt tot grote problemen met meeuwen die zoeken naar voedsel. Bijvoorbeeld op de Hooge Maey, een stort bij Antwerpen, kregen ze gigantische overlast van meeuwen.' Na aanvallen op personeel werden daar haviken en slechtvalken ingezet, maar nu is er een drastischer oplossing. 'Gestort afval wordt onmiddellijk afgedekt, met aarde of met plastiek, zodat de meeuwen er niet meer bij kunnen en de overlast vanzelf afneemt. In Noord-Frankrijk liggen nog wel open storten, waar onze meeuwen zich dagelijks gaan voederen.'
Moeten we net als Engelse steden investeren in dure bestrijdingsmiddelen, zoals nesten vernielen, vogels vergiftigen of ze anticonceptiva toedienen? Stienen: 'Meeuwen horen bij de kust. Bij elke foto van de zee denk ik er het krijsen van de meeuwen bij. Er gaat een grote aantrekkingskracht uit van meeuwen. Ik hoop dat het probleem beheersbaar blijft. Bestrijding komt vaak neer op het probleem verplaatsen. Ik denk dat het volstaat om twee-drie broedkolonies af te bakenen aan de kust, samen niet groter dan zowat 30 hectare, en hen in die kolonies met rust te laten.'
Bron: Het Nieuwsblad
Gepost: 11/01/2009 - Willy Sals





