De wilgenroosje (Epilobium angustifolium)

De wilgenroosje (Epilobium angustifolium)

Het wilgenroosje komt voor in gans Europa en groeit in groepen op open plekken in het bos,langs de bermen, hellingen en stortplaatsen. De plant gedijt ook goed op kale plekken en op open beschaduwde plekken.Tevens vinden we het plantje langs de waterkanten,in duinen op akkers en in tuinen op stikstofrijke losse gronden.De Nederlandse naam dankt dit kruid aan zijn bladeren omdat ze zo goed op gewone wilgenbladeren lijken. deze zijn aan de onderkant blauwgroen.Het is een doorlevende plant met een kruipende wortelstok en een lange rechtopstaande stengel van 50 cm tot 180 cm hoog,die eindigt in een lange tros paarsrode bloemen. De vrucht is een langwerpige doosvrucht met vier kleppen die talrijke pluizige zaden bevat. De wetenschappelijke naam komt van de Griekse woorden epi (op) en lobos ( peul) die verwijzen naar het feit dat de bloemen op een lang en dun vruchtbeginsel groeien.Het is een plant die door zijn bloeiwijze een lust is voor het oog,maar die door weinig vogelliefhebbers is gekend als versnapering voor onze vogels ook al is het een lid van de teunisbloem.In de vrije natuur zijn het vooral de Europese kanarie,de sijzen,de distelvinken,groenvinken,barmsijzen,kneuters en de goudvink die vaste bezoekers zijn van dit mooie kruid. Maar ook onze andere vinkachtigen als haakbekken en fraters weten de kleine zaadjesnaar waarde te schatten. De bladeren worden voor geneeskundige doeleinden verwerkt .

Wilgenroosje is een verkoelende plant die Culpeper onder Saturnus laat vallen. Volgens mij zou het moeten gaan om Saturnus in Schorpioen (Saturnus/Pluto). Wilgenroosje is één van de eerste planten die na een bosbrand of boskap opkomt, dus een enorme kracht heeft en wellicht ook nodig is voor de grond na zo’n kap of na een bosbrand. Als je het in termen van Saturnus in Schorpioen ziet: een innerlijke eenzame kracht die overleeft ondanks de dood of een brand.Een volkse naam van vroeger voor deze plant is dondertoren: het wilgenroosje werd gebruikt om bliksem af te weren, in bijv. een kruidenwis. De plant werkt ontstekingsremmend en pijnstillend. Het verse sap of de wortel tot poeder gemalen kan gebruikt worden om nachtelijk bedwateren te verhelpen. In Polen wordt een thee-aftreksel van de wortelstok gebruikt bij hoofdpijn.  De gedroogde bladeren toevoegen aan een avondthee wordt in Rusland gedaan vanwege de kalmerende werking. (Kaporie-thee) En in Frankrijk worden de bladeren op etterende wonden gelegd.  De bladeren, die in de zon gedroogd kunnen worden,  kunnen volgens Culpeper gebruikt worden voor een thee om te gebruiken bij astma en kinkhoest. De thee werkt ook slijmoplossend.

Eetbaarheid: jonge bladen kunnen in de soep of als groente gegeten worden en smaken klaarblijkelijk wat zurig. In de Kaukasus worden de jonge toppen van de wortelstok als sla gegeten of tot moes gekookt, of net als asperges bereid.

Naast het wilgenroosje kennen we ook nog het harig wilgenroosje (Epilobium hursutum). Deze plant is te vinden in vochtige bossen, langs slootkanten en op moerassige plaatsen, hij ondersheid zich van het gewone wilgenroosje door zijn harig uiterlijk en de grote paarse bloemen. De zaadjes ervan hebben dezelfde waarde en mogen dus zeker worden gegeven aan onze vogels. Aan de liefhebbers die deze kruiden nog niet kenden is het nu het moment om ermee kennis te maken.

Het harig wilgenroosje

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *