Kievit en Patrijs in gevarenzone

Kievit en Patrijs in gevarenzone
HASSELT –Meer dan een derde van alle vogelsoorten die in ons land broeden zijn bedreigd. Vooral het aantal weide- en akkervogels daalt dramatisch. Zo zijn de populaties van de kievit en de patrijs gekelderd in Vlaanderen. Dat blijkt uit een nieuw rapport van vogelbeschermingsorganisatie BirdLife.

BirdLife heeft 221 Europese vogelsoorten in kaart gebracht. De vorige keer dat dat gebeurde was in 2004. Van de 184 broedvogelsoorten in België kregen er 62 de beoordeling dat hun aantal onrustwekkend klein is, bekeken op Europese schaal.

“Vooral de weide- en akkervogels blijven achteruitgaan”, zegt ornitholoog Gerald Driessens van Natuurpunt. Onder meer de kievit, patrijs en zomertortel zitten in de problemen. “Ze hebben het moeilijk om op te boksen tegen de snelheid van de intensieve landbouw. Als een koppel kieviten een nest heeft gemaakt, wordt de akker alweer omgeploegd. En als ze er dan toch in slagen om een tweede nest uit te broeden, sneuvelen de kuikens vaak doordat het veld alweer gemaaid wordt”, zegt Driessens. Zo krijgen de vogels nog amper de kans om zich voort te planten. “Eind vorig jaar heb ik bijvoorbeeld een groep van vierhonderd kieviten gezien met amper twee of drie jonge dieren”, zegt Driessens. “Normaal moet dat aan het eind van het broedseizoen zowat de helft van de groep zijn. Als de reproductie stilvalt, weet je dat zo’n soort niet kan blijven bestaan.”

Afgeschoten

Voor veel soorten is de situatie dezelfde als in 2004, zegt Driessens. Voor sommige soorten, zoals de zomertortel, is de toestand nog slechter geworden. “In dit geval speelt niet alleen het biotoopverlies een grote rol, wat het probleem nog complexer maakt. De zomertortel – niet te verwarren met de bekende Turkse tortel – migreert elk jaar naar Afrika. Boven het Middellandse Zeegebied worden jaarlijks 1,5 à 2 miljoen exemplaren afgeschoten. Ons land telt nog enkele honderden tot enkele duizenden exemplaren, terwijl dat vroeger een veelvoud was.”

Toch zijn er ook soorten die het goed doen. “De roerdomp is erop vooruitgegaan. En een soort als de nachtzwaluw waren we jaren geleden bijna helemaal kwijt. Maar door herstel van de heidegebieden is er grote vooruitgang geboekt. Kleinschalige projecten met bioboeren tonen aan dat soorten als de grauwe gors er baat bij hebben als er op de akkers een strook is waar de gewassen wat langer mogen blijven staan. Ook het aanplanten van de meidoorn en andere stekelige struiken waar ze kunnen nestelen heeft een gunstig effect.”

Overheid

Toch blijft het bij kleine ingrepen. “Kleinschalige projecten zijn succesvol, maar vanuit de overheid gebeurt er weinig”, zegt Driessens. “Nochtans kan het wel. De verbetering van de waterkwaliteit heeft bijvoorbeeld de populatie van het woudaapje flink doen stijgen. Maar het mag meer zijn, zeker voor akker- en weidevogels.”

Overigens is Limburg een laatste toevluchtsoord voor nogal wat bedreigde soorten. “De zomertortel doet het beter in Limburg dan in de rest van Vlaanderen”, zegt Driessens. “Het Nationaal Park Hoge Kempen is een zegen voor heidevogels als de boomleeuwerik of grauwe klauwier. En het vijvergebied in Midden-Limburg was het laatste bolwerk voor soorten als de roerdomp en het woudaapje toen die bijna verdwenen waren in de rest van Vlaanderen.”

BRON: HET BELANG VAN LIMBURG

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *