Ruim 800.000 vogels boven Limburg geteld

Ruim 800.000 vogels boven Limburg geteld

Mensen van de Limburgse Koepel voor Natuurstudie – kortweg Likona – hebben vorig jaar ruim 2.200 uur vogels geteld in onze provincie. De vogel die het vaakst over onze gouw trok, was met 807.071 getelde exemplaren de houtduif. Maar ook de vink en de spreeuw werden meer dan 100.000 keer aangevinkt. Hoogtepunten voor vogelminnend Limburg zijn zeker de rode wouw als broedvogel in Voeren, de koppels raven in Voeren en Leopoldsburg, de bijeneter in Zichen-Zussen-Bolder en de opmars van de grauwe klauwier. In schril contrast staat het aantal broedkoppels van de grauwe gors en de grutto. Over vijf jaar zijn deze twee weidevogels waarschijnlijk weg uit Limburg. “Voor andere soorten is het ook vijf voor twaalf. En dat het net die soorten – ik denk bijvoorbeeld aan de kokmeeuw en de roek – door foute beslissingen nog moeilijker wordt gemaakt, maakt mij heel boos”, zegt Jan Gabriëls, de ‘eminence grise’ van de Limburgse vogelwerkgroep.

RODE WOUW EN RAAF

Net terug van weggeweest

Drie jaar zit de rode wouw intussen al terug in Voeren. “Maar omdat deze prachtige roofvogel erg op rust is gesteld, hebben we dat stil gehouden. We schatten dat er nu vijf koppels broeden. Een paar hadden dit jaar kuikens. En dat is voor het eerst in dik een kwarteeuw”, legt Gabriëls uit. De vogels zijn waarschijnlijk vanuit Wallonië opgerukt. Daar zit al een tijdje een goede populatie. Hetzelfde geldt voor het koppel raven dat in Remersdaal (Voeren) en Leopoldsburg werd gespot. We denken ook dat er een paar singles in de buurt van de Maas zitten. Jonge raven zijn hier nog niet geboren. Maar het kan dus volgende lente.”

De terugkomst van de grootste onder de kraaiachtigen zorgt volgens Gabriëls voor een evenwicht in de natuur. “Een raaf is al een serieuze predator. ”

GRAUWE GORS EN GRUTTO

Over en uit binnen de vijf jaar

Akkervogels blijven het in Limburg erg slecht doen. Sommige zijn al helemaal verdwenen, voor andere soorten gaat dat binnen dit en vijf jaar gebeuren. De grauwe gors (10), de grutto (13) en de wulp (22) zitten in de gevarenzone. “Voor de grauwe gors is de situatie dramatisch. In 18 jaar tijd is de populatie met 95 procent afgenomen. Binnen enkele jaren is deze soort weg uit de Limburgse akker- en weidegebieden. Een snel noodplan zal niet meer helpen en komt veel te laat. Ook voor weidevogels als de grutto, de wulp en de kievit is het wellicht te laat, ondanks de vele inspanningen en inventarisaties van de Provinciale Vogelwerkgroep. Voor deze soorten werd al aan de alarmbel getrokken in 1980. Er is nooit hieraan gehoor gegeven. Jammer voor de hele provincie, die deze ecologische verarming zeker niet verdient.”

GRAUWE KLAUWIER

Helemaal terug van weggeweest

Amper één broedkoppel werd in 2000 geteld van deze zeldzame vogel in Limburg. Nu zijn het er al 54. “En vermoedelijk nog meer. In Voeren wordt deze vogel niet elk jaar volledig geteld en in Haspengouw gaan ze zich wellicht ook vestigen. Belangrijk voor deze vogel blijft wel om in de drinkbakken in weilanden een tak te leggen. Zo kunnen de jonge klauwiertjes als ze gaan drinken en in het water vallen er toch nog uit geraken. Want nog te veel vogels verdrinken. Dat werd al twee jaar op rij vastgesteld in het Schulensbroek.”

ROEK

In vrije val

Met bijna duizend broedparen minder dan vijf jaar geleden lijkt de roek in vrije val. “Er zijn 119 broedparen minder dan vorig jaar opgetekend. Die achteruitgang is bijna volledig te wijten aan de vernietiging van een kolonie aan het Sint-Hubertushof in Sint-Huibrechts-Lille (Pelt). Na klachten over lawaaioverlast hadden de burgemeester en het Agentschap voor Natuur en Bos de toestemming gegeven om de honderd nesten met eieren en/of jongen te verdelgen. En dat kan nog tot februari dit jaar. Dat ze nu ook al beschermde vogels in de voortplantingsperiode mogen vernietigen, is onbegrijpelijk. Dit is een regelrechte en moedwillige aanslag op onze Limburgse avifauna.”

BIJENETER

De nieuwkomer

Voor het eerst werd in Limburg een bijeneter gespot. “De vogel nestelde net over de taalgrens in Eben-Emael. Maar hij foerageerde boven Zichen-Zussen-Bolder. Een primeur voor Limburg en waarschijnlijk te danken aan de opwarming van de aarde. Doordat het warmer wordt, trekt deze Zuiderse soort verder noordwaarts.”

BRON/ HET BELANG VAN LIMBURG 31 januari 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *