Smalle weegbree (Plantago lanceolata)

Smalle weegbree (Plantago lanceolata)

De grootte van de plant kan sterk verschillen, maar ze wordt maximaal 0,5 m hoog. De soort begint in West-Europa in de voorzomer te bloeien en er zijn tot in de herfst bloeiende exemplaren te vinden. De bladeren staan allemaal in een bladrozet. Ze zijn lancetvormig en in voedselrijke omstandigheden staan ze opgericht. Onder schrale omstandigheden zijn ze kleiner, ronder van vorm en liggen ze plat tegen de grond. De aar staat op een gegroefde steel en is wat groen-bruinig van kleur. De witte helmknoppen die op de helmdraden relatief ver buiten de aar staan steken hiertegen af. De bloemen hebben doorschijnende kronen met een bruine streep. De bloempjes produceren drie zaden. De aar is bij planten in voedselarme omstandigheden korter en boller van vorm.

In West-Europa is het in het wild een zeer algemene plant. De plant komt veel voor in allerlei graslanden, zowel voedselrijke als voedselarme. Ze is ook te vinden in de voegen tussen stoeptegels en andere vormen van bestrating. Uit pollenanalyse is gebleken dat rond 3000 v.Chr. in de gebieden waar tegenwoordig Nederland ligt smalle weegbree sterk in aantal toenam. Dit wordt verklaard door toenemende landbouwactiviteiten, waardoor meer voor de plant geschikte grassige vestigingsplaatsen ontstonden.De plant vindt men overal met een voorkeur voor grasland en bermen van mei tot oktober.

Men kan de zaadtrosjes afknippen en onmiddellijk aan de vogels geven.De zaden dienen goed rijp te zijn.Men kan de stengels ook onder afknippen,vervolgens samen binden en laten drogen tot in de winter.

Vinken,kneuters,kepen,barmsijzen,goud- en distelvinken,sijzen,roodmussen, cini’s,kanaries,alle exotische sijzen,zelf hoenderachtigen en duiven lusten de zaden.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *