Trosgierst: Chinese trosgierst (Setaria italica) Franse trosgierst ( Panicum miliaceum)

Trosgierst: Chinese trosgierst (Setaria italica) Franse trosgierst ( Panicum miliaceum)

Zoals we allemaal wel eens ervaren hebben, is trosgierst een voedingsproduct voor onze vogels dat heel graag op genomen wordt. Een andere bijkomstigheid is dat de vogels er een bezigheid aan hebben. Zoals de naam al zegt, trosgierst, moeten de vogels de zaden uit het kaf halen, waardoor ze bezig zijn. We moeten ons wel realiseren dat gierst een hoog koolhydraten gehalte heeft en ook redelijk wat vet gehalte heeft. Dus met andere woorden, met mate geven aan de vogels. Ze vervetten anders met alle gevolgen van dien met betrekking tot de gezondheid van de vogels. Met vervette vogels kun je broedresultaten vergeten. Daarnaast is het ook goed te weten, dit geldt voor 9 van de tien zaden die wij aan onze vogels geven, dat trosgierst niet alle bestanddelen heeft die in de voeding van vogels moeten zitten. Dat is dan ook een van de redenen dat een zadenmengsel uit zoveel als mogelijk zaadsoorten bestaat. De vogel kan zich er dan uit halen wat hij nodig heeft.

Naamgeving:
Wetenschappelijke naam: Panicum miliaceum.
Nederlandse naam: Trosgierst.
Duitse naam: Spray Hirse.
Engelse naam: Spray millet.
Franse naam: Spray millet.

Omschrijving:
Gierst, waar trosgierst onder valt, komt oorspronkelijk uit China, India en Korea. Naderhand is de verbouwing van deze graansoort verspreid over Europa, ronde Zwarte zee, en Afrika. Trosgierst behoort net als alle andere graansoorten tot de familie van de grassen. Trosgierst kent drie soorten, de witte-, de gele-, en de rode trosgierst. De gierstzaden groeien in pluimen. De smaak van de korrels/zaden is lichtzoet. De zaden zijn klein en rond van vorm. De zaden kennen veel gebruiksvormen, meel, griesmeelpap, brij, pannenkoeken, cake en brood (dan wel gemengd met andere graansoorten. Gierst is glutenvrij. De stengels van gierst worden gebruikt om vezels van de maken.

De belangrijkste gierst soorten zijn:
Pluimgierst.
Parelgierst.
Vingergierst
Trosgierst.

Analyse:
Eiwit 11 g
Koolhydraten 71 g
Vet 4 g
Verzadigd vet 1 g
Vezels 3 g
Water 12 g
Natrium 3 g
Kalium 280 mg
Calcium 25 mg
Magnesium 100 mg
IJzer 4,8 mg
Vitamine B1 0,26 mg
Vitamine B2 0,14 mg
Vitamine B6 0,75 mg
Vitamine B11 30 µg
Fosfor 310 mg
Koper 0,85 mg
Zink 1,8 mg

Onverteerbare stoffen van gierst:
Phytinezuur.
Oxaalzuur.
Kiezelzuur.

Waarom is trosgierst belangrijk voor onze vogels:
De belangrijkste stoffen in trosgierst zijn aminozuren. Deze komen vrij door het fijnbijten in de snavel van de vogel. Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Er bestaan drie groepen aminozuren. Groep 1: de niet noodzakelijke aminozuren. Deze kunnen door de vogel zelf aangemaakt worden. Groep 2: de voorwaardelijk noodzakelijke aminozuren. Deze extra zijn nodig in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld bij bepaalde gebreken. Ze moeten wel gewoon aanwezig zijn in het dagelijkse voer. Groep 3: de noodzakelijke, essentiële, aminozuren. Deze kunnen niet door de vogel zelf worden aangemaakt. Dus, moeten deze in de voeding aanwezig zijn. Een vogel heeft zo’n 20 aminozuren nodig voor de vorming van lichaamseiwit. Niet alle benodigde aminozuren kan de vogel zelf aanmaken, deze aminozuren (10 in getal) moeten via de voeding worden toegevoegd. Is een van deze aminozuren niet voldoende aanwezig in de voeding, dan ontstaat er een lichamelijk gebrek. Met alle gevolgen van dien met betrekking tot de gezondheid van de vogel. Jongen groeien slecht of niet, stokrui (blijvende rui) en kweekresultaten blijven uit.

De 10 aminozuren die de vogel niet zelf kan aanmaken zijn:
Arginine.
Histidine.
Isoleucine.
Leucine.
Lysine.
Methionine.
Fenylaline.
Threonine.
Tryptophaan.
Valine.
De eerste tekorten ontstaan meestal bij de aminozuren Leucine en Lysine, dit noemt men limiterende aminozuren. Tijdens de rui hebben tekorten aan Leucine en Lysine gevolgen voor de vederkwaliteit, de vorming van de veren verloopt slecht, veren die niet recht zijn en geen pigmentvorming krijgen. Trosgierst is belangrijk voor vogels door het hoge gehalte Leucine. Trosgierst mist 4 soorten aminozuren, Cystine/Tyrosine (de combinatorische aminozuren, ze zijn verbonden aan elkaar), Methionine, Cystine en Fenylalanine. Deze moeten aangevuld worden door andere voedingsmiddelen. Toch blijft het een voedingselement dat we onze vogels niet moeten onthouden. Als de voeding gevarieerd is worden de tekorten aangevuld door andere voedingsproducten. De veren van de vogel bevatten ook een hoge concentratie aan Leucine, misschien is dat wel de reden dat vogels nogal eens de neiging hebben om de veren te plukken van andere vogels of die van hun zelf. Zouden ze op deze wijze hun te kort aan Leucine willen compenseren? Het zou best kunnen, vogels weten welke voeding ze moeten opnemen om hun conditie op peil te houden. In de natuur hebben ze de mogelijkheid om zo gevarieerd als nodig hun dieet op te nemen. In onze beschermd milieu, waarin we de vogels houden, zullen wij deze nodige variatie moeten aanbieden.

BRON: De Zebra: Clubblad BZC juli 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *