Vogels voederen in de winter

Vogels voederen in de winter

Een gevarieerde tuin met inheemse planten en struiken, bessen, insecten, een lapje gras en liefst niet al te netjes, biedt vogels een mooi menu aan natuurlijk voedsel. Maar u kunt gehele jaar bijvoeren.

Onze bebouwde kom wordt steeds dichter bebouwd en intensiever beheerd. Braakliggende terreinen met zadenrijke planten en insecten maken steeds vaker plaats voor beton en asfalt. Vogels kunnen daarom minder geschikte voedselplekken vinden. Struiken en bomen die natuurlijke schuil- en nestgelegenheid bieden, komen ook niet veel voor. Vogelvriendelijk ingerichte tuinen kunnen dat verlies compenseren en bieden vogels een goed thuis in de bebouwde kom. Een variatie aan gras, bloeiende planten, struiken of bomen helpt veel vogels zodat ze op eigen kracht kunnen leven. Vogels horen in onze woonomgeving. Veel mensen genieten van vogels dichtbij huis. Door bij te voeren laten vogels zich veel vaker zien en kunnen we ze beter leren kennen.

De tips om vogels bij te voeren zijn in de basis eenvoudig. Over hebben we tips op een rij gezet voor iedereen die de vogels wil helpen. Houdt u zich aan die adviezen, dan heeft u de meeste kans op vogels in de tuin. Hoeveel en wat voor soort, daarvoor is de omgeving waar u woont, alles bepalend.

ZELF VETBOLLEN MAKEN

Gebruik ongeveer één deel frituurvet op één deel zadenmengsel, het luistert niet heel nauw. Gebruik geen kippenvoer, deze zaden zijn te groot en te hard. Het frituurvet moet ongebruikt en ongezouten zijn.

  1. Smelt frituurvet in een pan. Wacht tot het warm is, maar niet heet.
  2. Voeg daar al roerend het zadenmengsel aan toe en laat dit mengsel een beetje afkoelen.
  3. Giet de warme brij in een vorm, bijvoorbeeld een blikje, een melkkarton, een theeglas, of een halve kokosnoot.
  4. Leg daarin, voordat de brij stolt, een stevige katoenen draad die ruim uitsteekt.
  5. Zodra de massa hard is geworden, kan het vet met zadenmengsel buiten aan de draad worden opgehangen.
  6. Soms is de vetbol moeilijk uit de vorm los te krijgen. Een melkkarton kan rondom worden afgescheurd. Houdt een theeglas of blik even in heet water; de vetbol komt dan gemakkelijk los. De kokosnoot hoeft u niet te verwijderen, hang hem zo op. U kunt het afgekoelde vet (met zaden) ook in stukjes snijden en op een voederplank leggen. Op deze manier kunnen ook de vogels die normaal gesproken niet op een vetbol zitten ervan eten.

n een vogelvriendelijk ingerichte tuin kan prima jaarrond gevoerd worden, mits je rekening houdt met een paar dingen. Vogels zijn sowieso verstandige eters. Van nature gaan ze op zoek naar een gevarieerd menu. Ze leven nooit alleen van het voer dat u aanbiedt. Wat kunt u ze eigenlijk allemaal geven? En wat absoluut niet?

In het voorjaar en de zomer hebben vogels vooral dierlijke eiwitten nodig, zoals insecten, meelwormen en rupsen. In de herfst en winter zijn producten met vet goed omdat die meer energie geven. Het bijvoeren kan het hele jaar en al het voer (zoals zadenmengsels, fruit, pinda’s, pindakaas, vetbollen, rozijnen, enz.) kan aangeboden worden. Er zijn wel enkele zaken waar je op moet letten:

Soorten voer

Er is in een ruim assortiment hoogwaardige vogelvoeren ontwikkeld. Voor vogels zijn diverse zadenmixen, strooivoeren, pinda’s en vetproducten verkrijgbaar die je probleemloos kunt gebruiken voor de vogels in de tuin. Lees altijd eerst de verpakking met de juiste voorschriften.

Wat wel:

  • Speciale vogelvoeren voor tuinvogels
  • Strooivoer op (voeder-)tafels en op de grond
  • Silovoeren altijd in voersilo’s
  • Fruit
  • Ongebrande (en ongezouten) pinda’s altijd in pindasilo’s
  • Vetproducten voor tuinvogels (echter niet in de zon hangen)
  • Broodkruimels, maar niet teveel (want te ze bevatten zout)

Wat niet:

  • Geen producten met zout
  • Geen melk
  • Geen vetbollen of pinda’s in een (plastic) netje, vogels kunnen erin verstrikt raken en het genereert zwerfafval
  • Geen boter of margarine, dit werkt laxerend
  • Niet overmatig voeren, dit kan ongedierte aantrekken en zorgt voor de verspreiding van ziektes
  • Geen gekookte etensresten. Ze bederven namelijk snel.

Winter: voer en water

Het kost vogels in de winter veel energie om hun lichaamstemperatuur op 40 graden te houden. In een koude nacht verliezen kleinere soorten soms 10 procent van hun gewicht. Als extra energiebron kunt u vetbollen en pinda’s ophangen.

Bij lichte vorst kunt u vers drinkwater aanbieden. Er wordt ook in gebadderd. Dit is geen probleem: het water rolt van de ingevette veren, dus bevriest niet.

Bij strenge vorst kunt u beter geen open (warm) water aanbieden. Als er geen sneeuw ligt om op te pikken, kunt u ijs vergruizen zodat ze de ijssplinters kunnen oppikken. Erg koud in de buik, dus het kost energie, maar het voorziet in de vochtbehoefte.

Lente: eiwitten en kalk

Tijdens de lente hebben vogels het druk: partner zoeken, nest bouwen, eieren leggen, broeden en jongen groot brengen. En dat hele proces vaak twee keer achter elkaar.

Insecten, rupsen en wormen zijn een bron van eiwitten. Daar gaan vogels naar op zoek en die zijn in de lente normaal gesproken in een vogelvriendelijke tuinen ruim voorradig.

Velen denken dat het bijvoeren van vogels in de lente niet hoeft, maar ook dan kan er voedselschaarste optreden. Als het twee dagen hard regent en waait, zijn er bijna geen insecten te vinden, dus ook dan kunnen de vogels onze hulp goed gebruiken. Het gaat dan minder om vet, maar juist meer om de eiwitten en kalk die vogels normaal gesproken uit insecten halen.

Vogelbescherming verkoopt daarvoor bijvoorbeeld meelwormen en 4-seizoenenvogelvoer. Kalk zit in veel natuurlijk voedsel. Mocht u vogels aan extra kalk willen helpen, dan kunt u goed uitgekookte en fijngestampte eierschillen geven. Geef nooit melk!

Wilt u toch vetbollen ophangen zoals Vogelbescherming die verkoopt in winkel en webshop, hang ze niet in de zon.

Zomer: eiwitrijk voedsel

In de zomer is eiwitrijk voedsel van levensbelang. Vogels gaan ruien en krijgen het verenkleed dat ze tegen de winterse kou moet beschermen. Of dat hen in staat stelt om naar het zuiden te trekken.

Vogels gaan zelf op zoek naar de wormen en insecten die ze nodig hebben om aan hun portie eiwitten te komen. U kunt ze helpen door met bloeiende planten insecten te lokken. Of door uw gazon te besproeien en zo de wormen naar boven te lokken.

BRON: Nieuwsbrief november 2019 vogelbescherming Nederland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *